Een lattenbodem ondersteunt het matras via afzonderlijke latten met tussenruimte. Die tussenruimte zorgt voor ventilatie aan de onderzijde van het matras, wat vochtafvoer bevordert. Verstelbare lattenbodems bieden de mogelijkheid om zones van het matras extra te ondersteunen of te ontlasten, wat de ergonomie verder verfijnt.
Een boxspring voegt een gesloten, verende laag toe onder het matras. Voordeel is een zachter gecombineerd slaapoppervlak en een verhoogde ligpositie. Nadeel is dat de gesloten bovenkant van een boxspring de ventilatie aan de onderzijde van het matras belemmert. Vocht dat door het matras trekt, kan minder snel verdampen, wat op termijn de levensduur van het matras negatief beïnvloedt.
Voor koudschuim is een lattenbodem met latten op maximaal 5 centimeter tussenafstand en afgeronde randen de meest geschikte ondergrond. De afgeronde randen voorkomen dat de schuimonderzijde wordt beschadigd; de tussenafstand garandeert voldoende ventilatie zonder dat het schuim tussen de latten wordt geperst.
Een boxspring is geschikt als de hogere ligpositie gewenst is, mits de bovenkant van de boxspring ademend is uitgevoerd.