Blaasmiddelen zijn de stoffen die de gasbellen in het schuim creëren tijdens het rijsproces. Zonder blaasmiddel zou er geen celstructuur ontstaan.
Chemische blaasmiddelen produceren gas via een chemische reactie die plaatsvindt tijdens de schuimproductie. Het meest gebruikte chemische blaasmiddel in HR-koudschuim is water: water reageert met isocyanaat en produceert CO₂-gas en een ureum-verbinding. Het CO₂ vormt de gasbellen; de ureum-verbinding wordt ingebouwd in de polymeerstructuur en verhoogt de hardheid.
Fysische blaasmiddelen zijn stoffen die van vloeistof naar gas verdampen bij de procestemperatuur. Ze produceren geen chemische omzettingsproducten: het gas dat ze produceren is de stof zelf in gasvorm. Fysische blaasmiddelen worden gebruikt wanneer specifieke celgroottes of celstructuren worden vereist die niet via water alleen te bereiken zijn.
In de EU zijn de meeste gefluoreerde fysische blaasmiddelen, zoals CFC’s en HCFC’s, verboden vanwege hun bijdrage aan de afbraak van de ozonlaag. Moderne fysische blaasmiddelen in de schuimindustrie zijn HFC’s of koolwaterstof-gebaseerde varianten die minder milieubelastend zijn.